Kimmie in IJsland

Dit is de website van mijn christelijke missie naar het wijdse Eischland.

vrijdag, februari 09, 2007

vestmannaeyja (westmaneilanden)


Laatste blik op de westmaneilanden - bij zonsondergang.













Diego, Rike, Alessandro en Eneritz.














Gezichtbedrog. Foto vanuit een kleine grot genomen, 100 meter hoog. Op de achtergrond eerst het zwarte zandstrand en dan de (woelige!) Atlantische Oceaan.










Dit deel van het eiland is welgeteld 44 jaar oud. Ontstaan bij de uitbarsting van 1963.












Op de top van de vulkaan Eldfjall. De schaduw reikt tot in het stadje - wat een symboliek.












Nog een vulkaan. Deze is voor het laatst uitgebarsten in 1973 (het linkerachterdeel van de berg is daarbij weggeblazen). Het eiland werd daarop 20 procent groter. Op de achtergrond het IJslandse vasteland.









Nu van beneden: een vulkaan precies zoals ge het u voorstelt. De Eldfjall ("Vuurberg"), een dikke 200 meter hoog. De vorige foto is op de top van de Eldfjall genomen.










Heel deze eilandengroep is door vulkaanuitbarstingen ontstaan.

























Spektakel. Golven van minstens vijf meter hoog die op de rotskust inbeuken.



























Een IJslands huis van vroeger. Gemaakt uit steen en met een dak van gras.












Mr. Michelin? Nee. Een loeiharde wind die de jas van Eneritz (20, Baskenland) qua volume verdubbelt.

























Op de vulkaan. Op sommige plekken lag er geen sneeuw meer, omdat de bodem daar rond de dertig-veertig graden warm is. Echt cool: met een warm gat in een sneeuwlandschap zitten.






































-5, een loeiharde wind en sneeuw die door haar snelheid je door je kleren heen pijn doet als ze je raakt. Welkom op de westmaneilanden.












een houten kerkje, best te vergelijken met de Noorse stavkyrke :).


























"Ich will mit einem Boot von Island wieder nach hause fahren". Zo sprak Nathalie haar hartewens uit. Een grote boot moest het worden, wist ze zelfs te vertellen, liefst zo'n containerschip. Helemaal van Ijsland naar Duitsland wou en zou ze gaan.
Dat was een week vóór ons bezoek aan de westmaneilanden. Andere anekdote, nu slechts een uur voor we zouden inschepen: Kimmie rent als een gek mannetje opgewonden rond in de haven van Þórshöfn, zwaaiend met een doosje maagtabletten. Tegen reisziekte, luchtziekte en zeeziekte. Zelf heeft hij al braaf een pilletje genomen en nu biedt hij zijn zes reismakkers er olijk ook eentje aan. Iedereen slaagt het aanbod af, sommigen zelfs lachend. Haha, wordt er gegrijnsd, dat hebben we toch niet nodig. En lachend stapte iedereen op de boot. Het kan niet stuk.
Al spoedig blijkt dat een vergissing te zijn. Zelfs bij slecht weer kan je vanop de westmaneilanden een groot stuk van de IJslandse kust zien liggen. De afstand kan niet meer dan 20 kilometer zijn. Maar jammer genoeg is de meest nabijgelegen haven een heel stuk verder aan de kust, zodat elk schip minstens drie uur moet varen voor het in de haven van de westmaneilanden voor anker kan gaan. Nu is dat stuk zee, voor de zuidwestkust van IJsland, bijzonder woelig. Bij mooi weer zijn de golven zo'n twee meter hoog. Maar die avond, toen zeven vermetele Volunteers instapten, was er een zware storm op zee. Er stond een loeiharde wind en de golven waren - volgens de kapitein door de microfoon - acht meter hoog. De gevolgen lieten zich raden. We waren de haven nog niet uit of het schip - dat echt wel groot was - begon al van links naar rechts te golven en op en neer te gaan. Haha, leuk, riepen de zeven domme volunteers in koor, nog niet beseffend wat hen boven het hoofd hing. En ze hingen een beetje de onnozele uit en vonden het fijn.
Tien minuten later was het al lang zo fijn niet meer. De ene na de andere voelden ze zich misselijk. En een na een probeerde iedereen het toilet te bereiken. Wat volgde was drie uur pure miserie: het schip golfde op en neer, onophoudelijk, in een moordende snelheid. Op en neer. En op en neer. En op en neer. En op en neer. En op en neer. Uw dappere Vlaming lag al snel op de grond te bekommen - liggend is je maag beter bestand -, vijf andere vrijwilligers lagen hun maag uit hun lichaam te kotsen in een gortig stinkend toilet. En de zevende vrijwilliger? Wel, dat was de dappere Paula, die -tot onze grote verbazing - niets voelde en gewoon wat zat te lezen. Soms waagde ik het een blik naar buiten te werpen, en wat ik daar zag was gewoon verbazingwekkend. In het spookachtige licht van de maan kon ik werkelijk gigantische golven op het schip zien afrollen en breken. Drie uur lang dachten we dat we stierven. Het deed zo'n pijn, de hele tijd op en neer te gaan, je maag overhoop te voelen gaan en het onafwendbare kjotsgevoel. En dan was ik nog een van de gelukkigen die al zijn eten binnenhield...