Akureyri, Dalvík en Mývatn
De bevolking van IJsland is een grote familie. Neem twee modale IJslanders en vergelijk hun stamboom - na gemiddeld zeven generaties zal je bij dezelfde voorouders terugkomen. Je kan dat op verschillende manieren merken. Eerst en vooral zie je het aan hunne kop - IJslanders zien er vaak vrij gelijkaardig uit, omdat ze nu eenmaal afstammen van diezelfde ene bisschop die zijn job niet goed deed. Nog een chance dat hij niet spuuglelijk was.
Je ziet het tweedens ook aan het hoge aantal psychologische gestoorden. Inteelt is hier een serieus probleem. Misschien dat ik dat gegeven nog wel het beste illustreer met het citaat van een IJslandse die tot een EVS'er sprak: "Friend, search an Icelandic girlfriend! We have to refresh our gene pool!". Juist ja. Sommige IJslanders vertellen mij dat niet de inteelt, maar het koude weer en de wind op de hersenen van mensen inwerkt en dat er daarom zoveel gestoorden in IJsland zijn.
Je ziet ook dat de bevolking klein is als je lift. (Niet dat de mensen je hier altijd meenemen als je hier lift, maar er zijn er toch wel wat, zodat je met vrij grote zekerheid wel geraakt waar je wil zijn. Tenminste als je lift op een baan waar er auto's rijden, wat in een dun bevolkt land niet altijd vanzelfsprekend is.) IJsland is een van die weinige landen ter wereld waar je veilig kan liften, en waar, als je dat doet, de bestuurder van de wagen je vaak zegt: "hoor je die vrouw hier op de radio zingen? Dat is mijn nicht." Of: "Die politieker die je daar hoort, da's een vriend van mijn nonkel." Twee van de acht IJslanders met wie ik ben meegereden, vertelden me dat ze al met de president of de eerste minister gesproken hebben of met hem op de foto staan. IJslanders maken er ietwat overdreven zelfs grappen over dat hier zo weinig mensen wonen - volgens hen is het in IJsland onmogelijk om een triootje te doen waarbij geen van de aanwezigen elkaar niet kent.
Dit weekend in Akureyri geweest, de hoofdstad van het noorden, 500 kilometer en vijf auto's liften verwijderd van Reykjavík. Hier nog wat fotootjes.

Speciaal voor ons moeder: Ijslandse bloemekes. Zeg nu nog eens dat ik geen voorbeeldige zoon ben.

Enkele EVS-vrijwilligers: links Diego, Noemi (Italië, 24), Christina (Duitsland, 19) en Paula (Duitsland, 19). Allemaal heel toffe mensen, waarmee ik dit weekend heb doorgebracht.

Op de terugweg naar Reykjavík op een hoogvlakte (400 meter): een kleine sneeuwstorm (15 oktober).

IJslandse service. Een computer langs de weg, in regen en wind, voor publiek gebruik.

Dalvík. Een klein kuststadje aan de Eyjafjörður in het noorden van IJsland. Te herinneren voor zijn haventje en de doordringende stank van vers zeewier.

Nog eens de bergen, maar dan zonder Diego. In de 19de eeuw dreven hier vaak ijsbergen van Groenland de fjord binnen. Soms zaten daar zelfs nog uitgehongerde ijsberen op, die hier afstapten en boel zochten met de Dalvíkers.

De Gúðafoss, de waterval van de goden.


En nog twee keer.


Langs Mývatn, het Muggenmeer. Een plek die niet goed op foto's te vatten is, en misschien nog wel het beste met Tolkiens Mordor te vergelijken valt. Hier kom ik ooit nog eens terug, als de hemel er dreigend grijs uitziet of ('s avonds) bloedrood.

Herfst in IJsland.

Rike, 19, Duitsland, bij Mývatn.

1 Comments:
Als gij zo'n schoon foto's online blijft zetten zal het toeristenaantal in Ijsland gevoelig toenemen denk ik. Waarmee hun inteelt-probleempje misschien deels opgelost kan worden als der eens ne toerist blijft plakken...
Echt schitterende foto's (of gewoon een schitterend land)
Ciao!
Annemie
Een reactie posten
<< Home